Carrière en salaris niet meest relevant voor studiekeuze in het mbo | ROA
De keuze voor een studie of beroep is een belangrijke beslissing die grote gevolgen kan hebben voor de arbeidsmarktkansen van jongeren. Ook voor de economie en samenleving is het van groot belang dat jongeren een toekomstbestendige en kansrijke keuze maken om de vraag naar werkenden in sectoren van maatschappelijk belang te kunnen vervullen. Maar nemen jongeren de perspectieven op de arbeidsmarkt daadwerkelijk mee in hun keuzes?
Foto: ProfielActueel | Open art
Onderzoekstudiekeuze
Onderzoek door het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) richt zich op de meest belangrijke keuzeaspecten van jongeren in het mbo.[1] In het voorjaar van 2024 zijn mbo’ers, die in het schooljaar 2021-2022 hun diploma hebben behaald en eerder aan het Schoolverlatersonderzoek van CBS (voorheen de BVE-Monitor) hebben deelgenomen, opnieuw benaderd. De enquête gaat specifiek in op aspecten die meespelen bij de studiekeuze en de rol van informatiebronnen bij het maken van die keuze. Wij richten ons in dit artikel op mbo BOL gediplomeerden, niveau 2 en hoger tot de leeftijd van 25 jaar.
Respondenten is onder andere gevraagd in hoeverre zij bij de keuze voor de mbo-opleiding die zij in 2021-2022 hebben afgerond, rekening hebben gehouden met waar ze goed in zijn, wat ze leuk vinden en welke carrièremogelijkheden de opleiding biedt. Daaruit blijkt dat veruit het meest belangrijke aspect dat bij de studiekeuze werd meegenomen de persoonlijke voorkeuren voor een studie zijn, dus of de respondent de studie wel ‘leuk vindt’. Rond 84% van de respondenten hebben dit als het meest belangrijke aspect genoemd (sterk of heel sterk meegewogen op een vijf-puntschaal). Ook heeft een grote meerderheid van 71% meegewogen of zij ‘goed zijn’ in de voorgenomen studie. Carrièremogelijkheden op de arbeidsmarkt, zoals salaris, baanzekerheid of doorgroeimogelijkheden werden door 56% van de mbo’ers sterk of heel sterk meegewogen.
Arbeidsmarktkansen doen er wel toe in de studiekeuze!
Van degenen die carrièremogelijkheden sterk of heel sterk hebben meegewogen werd verder gevraagd welke aspecten van carrièremogelijkheden zij hebben meegewogen, waarbij zij meerdere aspecten konden noemen. Driekwart (75%) gaf aan dat ze de kans op werk na afronding van de opleiding hebben meegewogen. Rond twee van de drie carrière-georiënteerde respondenten noemde doorgroeimogelijkheden (65%) en baan- en inkomenszekerheid (62%). Een derde (34%) heeft aangegeven dat de hoogte van het salaris van belang was bij de studiekeuze.
Uit multivariate analyses blijkt verder dat, gecontroleerd voor de mate waarin men een opleiding heeft gekozen op basis van wat men leuk vindt of waar men goed in is, jongeren die meer carrière-georiënteerd zijn een hoger uurloon verdienen en meer tevreden zijn over hun werk en dat zij minder vaak onder hun niveau of buiten hun vakrichting werkzaam zijn. Hoewel deze bevindingen beschrijvend zijn, laat gerandomiseerd onderzoek zien dat door vmbo studenten te informeren over de kansen op werk en de lonen in hun favoriete beroepen, zij vaker kiezen voor studierichtingen in het mbo met betere vooruitzichten op de arbeidsmarkt.[2]
Versterk de rol van arbeidsmarktperspectieven in LOB
Ons onderzoek laat zien dat jongeren het belangrijk vinden om voor opleidingen te kiezen die bij hen passen, én gevoelig zijn voor de arbeidsmarktkansen die opleidingen bieden. Maar lang niet alle opleidingen liggen even goed in de markt. In Nederland ligt de nadruk in LOB-methodes op keuzes die bij jongeren passen en er zijn daarnaast websites die arbeidsmarktinformatie voor beroepen en opleidingen bieden. De twee staan echter los van elkaar. Er is winst te behalen door jongeren eerder en beter te informeren over arbeidsmarktkansen, bijvoorbeeld via loondata, baankansen of groeisectoren en technologische ontwikkelingen. Deze informatie dient eenvoudig en visueel beschikbaar te zijn, liefst geïntegreerd in bestaande LOB-instrumenten. Niet als vervanging van interesse gedreven begeleiding, maar als aanvulling die jongeren helpt hun voorkeuren af te wegen tegen realistische verwachtingen.
Didier Fouarge is verbonden aan het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Universiteit Maastricht
- Dit artikel maakt deel uit van het door Instituut Gak mogelijk gemaakt onderzoek ‘Kansrijk Kiezen: overwegingen van jongeren bij hun studiekeuze’. Voor het achterliggend rapport, zie: https://cris.maastrichtuniversity.nl/en/publications/kansrijk-kiezen-in-het-mbo-overwegingen-van-jongeren-bij-hun-stud/.
- De Koning, B., Dur, R., Fouarge, D. (2025). Correcting Beliefs About Job Opportunities and Wages: A Field Experiment on Education Choices. Bonn, IZA DP No. 17951. https://www.iza.org/publications/dp/17951




