Betekenisvol vakmanschap: waarom goed werk de wereld verschilliger maakt

Wat maakt werk de moeite waard? Waarom staat een verpleegkundige met plezier op uit bed voor een vroege dienst, terwijl een andere werknemer de dagen aftelt tot het weekend? Waarom raakt een meubelmaker verknocht aan hout, een kok aan zijn gerechten of een automonteur aan een motorblok? En wat heeft dat alles met burgerschap te maken?

Fotografie: Hille Steenhuis

Deze vragen vormen het vertrekpunt van het practoraat Betekenisvol Vakmanschap bij Firda. Ze zijn tegelijk de aanleiding voor mijn promotieonderzoek. Want als we willen dat studenten betrokken burgers worden, is het verstandig om niet te beginnen bij politiek, verkiezingen of maatschappelijke problemen. Het is zinniger, denk ik, om te beginnen bij hun vak.

Aflevering 1 uit de serie Betekenisvol Vakmanschap in het mbo
De socioloog Richard Sennett kwam op een vergelijkbare gedachte tijdens een reis door de Sovjet-Unie in 1988. In zijn prachtige boek De ambachtsman beschrijft Sennett woonwijken rond Moskou waarvan het ontwerp goed was, maar de uitvoering erbarmelijk. Overal zag hij tekenen van achteloosheid. Sennett: ‘In enkele appartementengebouwen hadden arbeiders kranten tussen de kozijnen en de muren gestopt, waarna ze de naden hadden geschilderd – wat maar een jaar of twee bleef zitten – om de schijn te wekken dat het gebouw was gedicht. Slecht vakmanschap was een graadmeter voor andere vormen van materiële onverschilligheid.’

Toen Sennett vroeg hoe dat kwam, gaven zijn gidsen een eenvoudig antwoord: ‘Het kan de ‘mensen’ – in het algemeen – niet schelen, ze zijn gedemoraliseerd.’ Over die passage heb ik lang nagedacht. Sennett zag dat slecht werk niet alleen een technisch probleem was. Het vertelde iets over de relatie die mensen met hun werk hadden verloren. Er was geen betrokkenheid meer. Geen trots. Ze waren onverschillig geworden, over hun werk, en over hun leven.

In het practoraat Betekenisvol Vakmanschap draaien we deze waarneming om. Wat gebeurt er als mensen hun werk wél belangrijk vinden? Wat gebeurt er als vakmanschap juist een bron wordt van betrokkenheid, verantwoordelijkheid en zingeving? Als studenten verschillig worden, het idee krijgen dat ze het verschil kunnen maken. Wat als goed werk mensen helpt om ook goede burgers te worden? Dat is de kern van Betekenisvol Vakmanschap.

Werk dat ergens over gaat
Wanneer mensen spreken over vakmanschap, denken ze vaak aan technische vaardigheden. Een timmerman moet leren meten. Een verpleegkundige moet leren injecteren. Een kapper moet leren knippen. Dat klopt allemaal. Toch mist er iets wezenlijks wanneer vakmanschap uitsluitend wordt opgevat als het beheersen van technieken.

Sennett omschrijft vakmanschap als ‘de duurzame, menselijke neiging om werk goed te willen doen, omwille van het werk zelf.’

In die definitie zit een belangrijk inzicht verborgen. Vakmanschap gaat niet alleen over wat iemand doet, maar ook over de houding waarmee iemand het doet. Het gaat over zorgvuldigheid, aandacht, verantwoordelijkheid en de wens om kwaliteit te leveren. Het gaat over de ervaring dat je werk van betekenis is.

Juist die ervaring staat centraal in ons onderzoek. We zijn benieuwd naar de momenten waarop studenten ontdekken waarom hun vak ertoe doet. Waarom een kok blij wordt van een tevreden gast. Waarom een schilder voldoening haalt uit een perfect afgewerkte muur. Waarom een verpleegkundige geraakt wordt door een patiënt. Zulke ervaringen zijn prettig, zeker, maar het gaat mij erom dat deze ervaringen iets onthullen over de relatie tussen mens en werk. Ze laten zien dat betekenis niet van buitenaf wordt opgelegd. Zingeving ontstaat in de praktijk.

Om die betekenis beter te begrijpen, maken we binnen het practoraat gebruik van het denken van filosoof René Gude. Gude beschreef zingeving niet als iets zweverigs of iets theoretisch. Volgens Gude bewegen mensen zich voortdurend tussen verschillende levenssferen. We leven in een privéwereld van familie, vrienden en persoonlijke relaties. We functioneren in een private sfeer van werk en organisaties. Daarnaast maken we deel uit van de publieke ruimte van verenigingen, buurten en maatschappelijke verbanden. Ten slotte zijn we burgers in een politieke gemeenschap waarin besluiten worden genomen over de inrichting van de samenleving.

Een betekenisvol leven ontstaat volgens Gude wanneer iemand zich in die verschillende sferen weet te verhouden tot anderen. En in die verschillende sferen, betekent zingeving of zinmaking telkens iets anders. Ik geef vaak het voorbeeld: thuis is het fijn om aan je gezinsleden te frutten, om te laten zien dat je van ze houdt. Doe je dat op je werk, dan zit je snel thuis. We moeten ons tot die verschillende sferen leren verhouden, we moeten er op verschillende manieren betekenis in vinden.

Voor mbo-studenten is het werk vaak de plek waar deze zoektocht naar betekenis concreet wordt. Daar ontdekken ze wat ze kunnen, ervaren ze verantwoordelijkheid, leren ze samenwerken, en komen ze morele vragen tegen die geen eenvoudige antwoorden kennen. Een verpleegkundige leert bijvoorbeeld hoe ze een injectie moet zetten. Minstens zo belangrijk is de vraag hoe ze omgaat met kwetsbare mensen. Een beveiliger leert protocollen volgen. Tegelijk ontdekt hij wanneer hij streng moet zijn en wanneer begrip nodig is. Een automonteur leert een voertuig repareren. Tegelijk groeit het besef dat fouten gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid van anderen. Het vak wordt zo een oefenplaats voor het leven.

Leren luisteren naar studenten
Daarom begint het practoraat Betekenisvol Vakmanschap niet bij theorieën, lesmethodes of beleidsdocumenten. Het begint bij studenten. In de afgelopen jaren heb ik tientallen gesprekken gevoerd met mbo-studenten die deelnemen aan vakwedstrijden. Wat daarbij opvalt, is hoe goed deze studenten vaak kunnen verwoorden waarom hun vak belangrijk voor hen is.

Zij spreken over trots, verantwoordelijkheid, zorg, creativiteit, rechtvaardigheid, discipline en aandacht. Niet in abstracte termen, maar aan de hand van concrete ervaringen.

Neem Naomi, een student verpleegkunde. Voor haar gaat goede zorg niet alleen over medische handelingen. Tijdens een interview vertelde zij: ‘De zorg kan je slopen, zowel lichamelijk als mentaal. En toch blijven we doorgaan, omdat we zoveel om anderen geven. Maar dat mag niet ten koste gaan van onszelf. Daarom is het zo belangrijk om grenzen aan te geven.’

In die paar zinnen gebeurt veel. Naomi spreekt over zorg voor anderen, maar tegelijk over verantwoordelijkheid voor zichzelf. Ze denkt na over grenzen, loyaliteit en gezondheid. Dat zijn vragen die horen bij haar beroep, maar ze zijn even relevant in haar rol als burger. Haar verhaal laat zien hoe vakmanschap en burgerschap elkaar raken. En haar verhaal kan een bron van inspiratie zijn voor studenten, die dit nog niet zo goed kunnen verwoorden. Deze verhalen gebruiken we dan ook voor de ontwikkeling van nieuw burgerschapsonderwijs.

Burgerschapsonderwijs voor 2027
Traditioneel wordt burgerschapsonderwijs vaak georganiseerd rondom maatschappelijke thema's. Studenten spreken over democratie, grondrechten, discriminatie of duurzaamheid. Dat zijn belangrijke onderwerpen. Tegelijk ervaren veel studenten dit onderwijs als abstract,  het staat ver af van hun dagelijkse praktijk.

Het practoraat kiest daarom voor een andere route. We vertrekken vanuit de verhalen die studenten zelf vertellen over hun vak. In die verhalen zoeken we naar ervaringen van betekenis, verantwoordelijkheid, trots, moed, empathie, dilemma's en betrokkenheid. Die aanpak is nadrukkelijk bottom-up.

We beginnen niet met de vraag welke burger een student zou moeten zijn. We beginnen met de vraag wie die student al is als vakman of vakvrouw. Welke waarden spelen een rol in het beroep? Welke deugden ontwikkelt iemand tijdens de opleiding? Welke ervaringen maken indruk? Welke morele vragen komen studenten tegen? En hoe verhouden die ervaringen zich tot grotere maatschappelijke thema's? Pas daarna leggen we verbindingen met burgerschap.

Wanneer een verpleegkundige vertelt over empathie, ontstaat een gesprek over zorg en solidariteit. Wanneer een kok nadenkt over voedselverspilling, komt duurzaamheid in beeld. Wanneer een beveiliger spreekt over gezag en verantwoordelijkheid, liggen vragen over vrijheid, veiligheid en macht binnen handbereik. Het burgerschapsonderwijs groeit zo vanuit de leefwereld van studenten zelf.

De centrale gedachte achter betekenisvol vakmanschap is uiteindelijk eenvoudig. Werk is veel meer dan een manier om geld te verdienen. Het vormt mensen. Tijdens het leren van een vak ontwikkelen studenten technische vaardigheden. Tegelijk ontwikkelen ze eigenschappen als discipline, betrouwbaarheid, zorgvuldigheid, moed, empathie en verantwoordelijkheidsgevoel. Dat zijn beroepskwaliteiten en tegelijk burgerdeugden.

Wie leert zorgvuldig te werken, leert zorgvuldig om te gaan met anderen. Wie verantwoordelijkheid neemt voor een patiënt, leert verantwoordelijkheid nemen voor een gemeenschap. Wie trots ontwikkelt op goed werk, ontdekt dat kwaliteit ertoe doet. Daarmee wordt vakmanschap een morele praktijk.

Richard Sennett zag wat er gebeurt wanneer betrokkenheid verdwijnt. Dan ontstaan onverschilligheid, achteloosheid en demoralisatie. Het practoraat Betekenisvol Vakmanschap onderzoekt de omgekeerde beweging. Wat gebeurt er wanneer mensen betekenis ervaren in hun werk? Wanneer ze trots zijn op wat ze doen? Wanneer hun vak verbonden raakt met iets dat groter is dan zijzelf? Wij vermoeden dat daar een krachtige bron voor burgerschap ligt.

Daarom verzamelen wij verhalen van studenten die de betekenis van hun vak onder woorden kunnen brengen. Verhalen over schoonheid, zorg, verantwoordelijkheid, vakbekwaamheid en trots. Verhalen die laten zien dat een vak meer is dan een verzameling handelingen. Verhalen die duidelijk maken hoe mensen groeien door hun werk.

Op basis van die verhalen maken we korte films, spellen, podcasts, organiseren we gesprekken, om uiteindelijk nieuw burgerschapsonderwijs te ontwikkelen. Onderwijs dat aansluit bij de leefwereld van mbo-studenten. Onderwijs dat niet begint bij abstracte theorieën, maar bij echte ervaringen, waarin vakmanschap en burgerschap elkaar versterken. Want betrokken burgerschap begint uiteindelijk heel dichtbij: bij iemand die zijn werk graag goed wil doen.

auteur: Peter Henk Steenhuis is practor Betekenisvol Vakmanschap bij onderwijsinstelling Firda

Vragen, opmerkingen of uitnodigingen om te komen spreken over het nieuwe burgerschapsonderwijs dat wij bij Firda ontwikkelen kunt u stellen via: henk.steenhuis@firda.nl

Wil je dit artikel helemaal lezen?

Vul uw e-mail adres in om een link naar dit artikel in uw mail te ontvangen. U kunt het artikel dan direct lezen zonder een abonnement af te sluiten. U stemt er wel mee in dat wij u mogen benaderen om abonnee te worden van Platform Profiel Actueel.