Kennisplatform voor het ambacht van docentschap in het beroepsonderwijs

Preventie van jeugdcriminaliteit kan niet zonder d

Preventie van jeugdcriminaliteit kan niet zonder de inbreng van scholen

14 okt 2018 | Nieuws

Op 9 september publiceerden we op onze website ProfielActueel een artikel rond de vraag ‘Wat doen scholen aan onderwijs over criminaliteit en de gevolgen daarvan?’ (Klik hier). Een citaat uit het rapport De aanpak van overlastgevende en criminele jeugdgroepen in Utrecht (2014): In de literatuur komt naar voren dat leden uit jeugdgroepen een groot aandeel hebben in de criminaliteitscijfers, specifiek voor geweldsdelicten en ernstige strafbare feiten.

Het staat haaks op het beeld dat we hebben van de jongere die de nieuwe generatie belichaamt en het leven nog voor zich heeft, met alle mogelijkheden en kansen van dien. Maar wanneer we praten over burgerschap, samenleving en veiligheid, verantwoordelijkheid voor elkaar en voor de omgeving, competenties voor een baan, 21-century skills, enzovoort, ontkomen we er niet aan ook te kijken naar (het voorkomen van) vormen van geweld. Geweld van jongeren jegens zichzelf en geweld jegens anderen. Scholen staan niet buiten de samenleving, ze weerspiegelen de samenleving en hebben een taak in thema’s als samen leven, veiligheid, verantwoordelijkheid voor het persoonlijk welbevinden dat sterk afhangt van het welbevinden van de ander.

Op de site van de politie staat over jeugdcriminaliteit: Het merendeel van de jongeren gedraagt zich meestal keurig. Maar er zijn ook jongeren die probleemgedrag vertonen. Zij veroorzaken overlast of zetten hun eerste stappen op het slechte pad. Jongeren plegen dan misdrijven zoals geweld, diefstal of mishandeling.

Een citaat uit ons eerdere artikel: De vormen die momenteel vooral aandacht krijgen zijn o.a. cybercrime, drugs, fraude en witwassen, geweld, inbraken in woningen en bedrijven, kinderporno, mensenhandel, overvallen, straatroof en zware milieucriminaliteit. De politie stelt: ‘Een van de grote gevaren voor de Nederlandse samenleving is de vermenging van onder- en bovenwereld. 

De politie wil zo veel mogelijk voorkomen dat jongeren in aanraking komen met justitie. Welke groepen jonge overtreders zijn er?

  • Risicojongeren: deze jongeren hebben zich weliswaar nog niet schuldig gemaakt aan strafbare feiten, maar bij hen is het risico wel aanwezig;
  • First offenders: jongeren die voor het eerst zijn opgepakt door de politie voor een delict;
  • Licht criminele jongeren: zij zijn al meer dan eens opgepakt;
  • meerpleger: een jongere in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar tegen wie in de laatste drie jaar ten minste twee processen-verbaal zijn opgemaakt waarop een inhoudelijke justitiële afdoening is gevolgd en die opnieuw een misdrijf pleeg;.
  • Jeugdige veelpleger: een jongere in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar tegen wie meer dan vijf processen-verbaal zijn opgemaakt waarvan het laatste in de afgelopen 12 maanden;
  • In de persoonsgebonden aanpak (PGA) worden overlastgevende personen en mensen die veel criminaliteit plegen gelabeld (bijv. als TOP-X, of Top-600) en maken gemeente, politie, Openbaar Ministerie en andere organisaties die bij die personen en gezinnen betrokken zijn, afspraken met elkaar om herhaling van overlast of criminaliteit te voorkomen.

We willen toe naar een vroegtijdige signalering van jongeren bij wie depressie of een beginnende burn-out op de loer ligt. Even belangrijk is het signalen op te pakken van ontsporing door criminele activiteiten. Jongeren kunnen misschien denken ‘Ik maak zelf wel uit wat ik doe’, maar zodra dit leidt tot gedrag waarbij de autonomie en de levens van anderen op negatieve wijze worden geraakt, verliest dit zijn geldigheid. Bij minderjarigheid ligt de verantwoordelijkheid allereerst bij ouders maar waar ouders het laten liggen of de jongere zelfstandig leeft, dient de samenleving in te springen – de maatschappelijke specialisten en bevoegde autoriteiten. En dat aandacht nodig is blijkt uit cijfers. Ruim een kwart van de jongeren die na een misdrijf of overtreding naar Bureau Halt is gestuurd, vervalt na afronding van het traject opnieuw in crimineel gedrag (CBS). Bij jongeren die niet aan het traject beginnen of vroegtijdig stoppen, ligt het percentage nog hoger: 48 procent.

In het land zijn 800-1000 jeugdgroepen actief. Dat is exclusief de solo-gangers en jongeren die in duo of in kleine groepjes actief zijn. Halt werkt samen met gemeenten aan jeugdveiligheidsbeleid. Met een pedagogische gedragsinterventie, passend bij de achtergronden en uitingen van het grensoverschrijdend gedrag, is Halt in staat jongeren iets te leren en het gedrag te beïnvloeden. Dit voorkomt dat jongeren in het jeugdstrafrecht belanden of dat jongeren ‘uitgesloten’ worden van bijvoorbeeld een sportvereniging. Een ander resultaat is dat slachtoffers en samenleving daarbij genoegdoening ervaren. Halt ziet als ‘succesvolle aanpak’ van jeugdcriminaliteit een gerichtheid op (één van de) drie domeinen:

•            de jongere zelf

•            de gezinssituatie

•            de omgeving, school en vriendenkring waarvan de jongere deel uitmaakt.

Een effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit cq problematische jeugdgroepen laat zien dat tevens de volgende criteria van groot belang zijn:

• Inzet op de meest crimineel actieve en meest invloedrijke leden binnen de groep

• De mogelijkheid voor het plegen van delicten wegnemen door maatregelen te treffen

waarbij aan groepsleden duidelijk wordt gemaakt dat zij in de gaten worden

gehouden en er kans op straf dreigt

• Een focus op een hogere pakkans in plaats van zwaarder en sneller straffen

• Biedt jeugdigen een alternatief voor criminele activiteiten

• Niet alleen straffen, maar een combinatie van straf en zorg toepassen.

 

 

 
 

 
Meer over
 

COOKIE INFORMATIE

Voor een volledige werking van deze website wordt gebruik gemaakt van cookies.
Meer informatie over cookies > Accepteren Alleen noodzakelijke cookies