Onafhankelijk instituut voor nieuws en kennisdeling in het beroepsonderwijs.

Profiel exclusief: Wat vraagt autonoom handelen do

Profiel Exclusief: Wat vraagt autonoom handelen door mbo-studenten van docenten?

6 aug 2017 | Nieuws

Autonoom handelen van studenten is een begrip dat binnen het onderwijs dagelijks aan bod komt. Door maatschappelijke veranderingen op de arbeidsmarkt wordt autonoom handelen gezien als een van de belangrijkste kwaliteiten voor een werknemer om zich te kunnen onderscheiden. Uit onderzoek onder docenten en studenten op het CIOS (Centraal Instituut Opleiding Sportleider) is gebleken dat het begrip autonoom handelen veel vragen oproept. Het begrip is nog te onduidelijk en de voorwaarden om autonoom te handelen en te begeleiden zijn niet bekend genoeg. In dit exclusief Profiel-artikel wordt ingegaan op de onderliggende factoren en instrumenten om het autonoom handelen van studenten te bevorderen.

Autonomieondersteunende stijl

De student moet de kans krijgen zijn autonoom handelen te ontwikkelen. De begeleiding van studenten hierop vraagt daarom om een autonomieondersteunende leerkrachtstijl en begeleiding. Autonomieondersteunende begeleiding kan op twee manieren. De eerste manier heeft te maken met de persoonlijk gerelateerde kant van een docent, de zelfeffectiviteit. Het eigen gedrag en het vertrouwen in zichzelf zorgt voor professionele keuzes in het instructieproces. De docent onderzoekt ‘wat werkt wel of niet en hoe’. Zo maakt hij samen met de student concrete en heldere doelen voor de korte termijn die relevant en betekenisvol zijn. De korte termijn doelen zijn te begrijpen binnen de context van langetermijndoelen. Hierdoor ontstaat voor de student overzicht en structuur. De tweede manier heeft betrekking op de instructiegerelateerde factoren. Het gaat om alle instructies die een student krijgt binnen de lessen en de begeleidingsgesprekken. Bij de instructiegerelateerde factoren wordt een onderscheid gemaakt tussen; Procesgeoriënteerde instructie, differentiatie, verbinding met de leefwereld van de student en coöperatief leren (Thoonen, Sleegers, Peetsma, & Oort 2011). De vier bovengenoemde concepten beogen een betere motivatie en aansluiting op de leerbehoeften van de individuele student.

Begeleiden met persoonlijke interesse

Binnen de studieloopbaanbegeleiding (SLB) zijn twee typen docenten te onderscheiden. Het eerste type is de docent die gericht is op het pedagogische aspect. De docent is erg geïnteresseerd in de student als persoon. Het tweede type richt zich meer op de vakinhoud en ziet SLB als een manier om de student te monitoren en te helpen. Dit type docent is minder bezig met de persoonlijke ontwikkeling van de student (Mittendorf, den Brok & Beijaard, 2011). Naast de interesse in de persoon is het van belang te kijken naar de talenten van de student. Door talenten in te zetten als kwaliteiten, kan de student zich onderscheiden van anderen (Gerretsen, 2011). Uit onderzoek blijkt dat de SLB-begeleider die persoonlijk geïnteresseerd is in de student beter in staat is om te begeleiden op autonoom handelen (Mittendorf, Jochems, Meijers & den Brok, 2008).

Autonomieondersteunende instrumenten

Binnen het begeleiden op autonoom handelen zijn het persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) en het portfolio belangrijke instrumenten. Deze twee instrumenten leveren een bijdrage aan de ontwikkeling van zelfreflectie van de student. De instrumenten zorgen voor het zelf in de hand nemen van de loopbaanontwikkeling waardoor de student leert autonoom te handelen. Het doel van de POP en het portfolio is dat de student leert zijn eigen doelen te stellen, kan reflecteren op sterke en minder sterke punten en zijn eigen leerproces stuurt.

Onderzoek CIOS

Via interviews onder SLB-docenten en studenten, zijn de denkbeelden over het begrip autonoom handelen in beeld gebracht. Ook zijn vragenlijsten afgenomen onder de 4e jaars studenten en de SLB-begeleiders om de ervaringen op het begeleiden van autonoom handelen in kaart te brengen. Het begrip autonoom handelen roept bij zowel de studenten als de docenten veel vragen op. De studenten kunnen niet goed verwoorden wat het begrip inhoud. Na uitleg vinden ze zelf dat de persoonlijke randvoorwaarden om autonoom te kunnen handelen voldoende aanwezig zijn. Ze vinden zichzelf voldoende betrokken, zijn gemotiveerd genoeg en ze kunnen hulpvragen stellen met betrekking tot hun leerproces. De docenten daarentegen geven aan dat het bij de studenten juist ontbreekt aan voldoende betrokkenheid, motivatie en dat ze geen specifieke vragen kunnen stellen met betrekking tot hun leerproces. De POP en het portfolio worden in onvoldoende mate bewust gebruikt geven de studenten en docenten aan. Daarnaast levert het begrip autonoom handelen de vraag op of een student een beetje autonoom kan handelen en wat het eindniveau moet zijn. De docenten zelf hebben behoefte aan meer kennis en vaardigheden om specifieker te kunnen begeleiden op autonoom handelen.

Aanbevelingen: Begeleiden op autonoom handelen

Om als docent optimaal een student te kunnen begeleiden op autonoom handelen zal de visie op het begrip duidelijk moeten zijn. De opleiding zal de visie van zichzelf, de docenten en studenten bij elkaar moeten brengen om een eenduidig beeld te realiseren. Daarnaast moet de opleiding aangeven wat het gewenste autonome niveau is waar een student minimaal aan moet voldoen. Voor docenten is het belangrijk om het begeleidingsniveau te weten. De docenten moeten weten wat van ze verwacht wordt en welke instrumenten en vaardigheden hierbij nodig zijn. Als dit eenmaal duidelijk is, zal men aan de slag moeten met het in kaart brengen van de begeleidende vaardigheden die docenten reeds bezitten en welke nog ontwikkeld moeten worden.

Tekst: Marlon BeekmanDe auteur is docent CIOS (Sportcoördinator Geüniformeerde Beroepen), Vestiging Goes Breda van Scalda

Geraadpleegde literatuur

Gerretsen, C. (2011). Van verplicht nummer naar talentgericht coachen. Tijdschrift voor      coaching, nr2,   juni 2011.

McMullan, M. (2006). Student’s perceptions on the use of portfolios in preregistration nursing education: a questionnaire survey. International journal of nursing Studies, 43: 333-343.

Mittendorff, K., den Brok, P. & Beijaard, D. (2011). Students’ perceptions of career conversations   with their teachers. Teaching and teachers Education, 27, 515-523.

Thoonen, E., Sleegers, P., Peetsma, Th. & Oort, F. (2011). Can teachers motivate students to                      learn? Educational studies, 37(3), 345-360.

 
 

 
Meer over
 
background_deltion.jpg
9 sep 2017

Profiel Exclusief: Sanne Benit (Deltion): Evaluatie curriculum-herontwerp essentieel

Profiel Exclusief: Sanne Benit (Deltion): Evaluatie curriculum-herontwerp essentieel
Profiel Exclusief: Meer maatwerk in het mbo kan, b
27 jul 2017

Profiel Exclusief: Meer maatwerk in het mbo kan, begin gewoon!

Profiel Exclusief: Meer maatwerk in het mbo kan, begin gewoon!
media.jpg
27 jul 2017

Profiel Exclusief: Wat is creativiteit? - kort essay van een mbo-docent

Profiel exclusief: Wat is creativiteit? - kort essay van een mbo-docent
Creatieve ruimte Labora.jpg
27 jul 2017

Profiel Exclusief: Nimeto, school voor ‘creatieve ruimtemakers’

Profiel exclusief: Nimeto, school voor ‘creatieve ruimtemakers’
028dfad3-396f-408d-b739-5586a27e91e1.jpg
4 jul 2017

Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis leidt mbo-verpleegkundigen op tot hbo-niveau

Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis leidt mbo-verpleegkundigen op tot hbo-niveau