Onafhankelijk instituut voor nieuws en kennisdeling in het beroepsonderwijs.

beeld route.jpg

Profiel Exclusief: Kohnstamm Inst. onderzoekt kortere beroepsroute naar het hbo

7 aug 2017 | Nieuws

Het Groene Lyceum en Talentontwikkeling Techniek. Twee doorlopende leerlijnen kijken de komende jaren in elkaars keuken. Welke ingrediënten werken, welke niet?  Arjan van der Meijden, senior onderzoeker aan het Kohnstamm Instituut, Universiteit van Amsterdam schreef voor Profiel exclusief een bijdrage over het onderzoek.

Leerlijnen vmbo-mbo-hbo

Leerlingen die praktisch zijn ingesteld kunnen na de basisschool kiezen voor verschillende routes die leiden naar het hbo. Voor wie start in het vmbo kan dat via het tussenstation van de havo (in 6 jaar), of via het – meer op de beroepspraktijkgerichte – mbo (in 7 jaar). Er worden echter inmiddels ook diverse aangepaste leerroutes aangeboden voor leerlingen die een snelle doorstroom naar het hbo met de beroepsroute combineren. Veelal gaat het om samenwerkingsverbanden van vmbo-, mbo- en hbo-instellingen die programma’s aanbieden voor talentvolle leerlingen/studenten met een sterk praktijkgerichte oriëntatie.

Dit jaar is – met subsidie van NRO – een driejarig onderzoeksproject gestart naar twee van deze routes: Talentontwikkeling Techniek (TOT) en Het Groene Lyceum  (HGL)[1]. Deze praktijkgerichte routes vormen met name een interessant alternatief voor de theoretisch ingestelde havo-route richting het hbo, omdat studenten in deze praktijkgerichte route versneld het vmbo-mbo-traject doorlopen.

Bestaande praktijken

Zowel TOT als HGL bestaan al meerdere jaren. De routes zijn los van elkaar ontwikkeld, elk binnen hun eigen context: HGL in de landelijke groene sector (waarbij dit onderzoek zich richt op Noord Nederland), TOT in het  technische domein in de regio Drechtsteden-Gorinchem.

De partners in het consortium, scholen in beide initiatieven en kennisinstellingen, hebben dezelfde doelstelling voor ogen: het realiseren van een goed aansluitende (vmbo-mbo) en verdiepende (mbo-hbo) beroepsopleiding die jongeren motiveert en equipeert voor het beroepenveld. Hierin krijgen leerlingen optimale kansen om hun talenten te ontwikkelen. Talentvol verwijst behalve naar cognitieve capaciteiten ook naar praktische, persoonlijke en sociale vaardigheden die essentieel zijn voor beroepen op hbo-niveau.

Beide praktijken kijken met dit onderzoek voor het eerst in elkaars keuken. Welke ontwikkelingen lijken op elkaar en hoe worden vergelijkbare vraagstukken aangepakt?

De doorlopende leerlijnen hebben een aantal unieke kenmerken.

Selectie: De leerroutes zijn afgestemd op een bepaald type leerling. Het gaat dan om leerlingen met een praktisch instelling die via een intensief opleidingsprogramma doorstromen naar het hbo. Selectie van deze leerlingen vindt plaats op het vmbo.

Versnelling: Om een goed alternatief te bieden voor de havo-route gaan de studenten versnellen. Intuïtief zou je verwachten dat de scholen door die versnelling geen ruimte hebben om dingen anders te doen of extra te doen. Dat lijkt echter niet het geval.

Oriëntatie: De leerlingen oriënteren zich in het vmbo op de beroepen binnen een bepaald domein. Die ‘vertraging’ binnen dat versnellingstraject lijkt juist veel op te leveren. Leerlingen lijken daardoor betere keuzes voor een vervolgopleiding te maken.

Verdieping en verrijking: Binnen de leerroutes creëren de scholen ruimte in het programma voor verdieping en verrijking. Binnen de TOT krijgen de leerlingen op het vmbo bijvoorbeeld extra uren wis- en natuurkunde.

Soepele overgangen: De overgangen vmbo-mbo én mbo-hbo zijn voor de leerlingen minder abrupt. Binnen de TOT volgen leerlingen bijvoorbeeld twee jaar lang gelijktijdig onderwijs op het vmbo én het mbo. Zo groeien zij geleidelijk in hun rol van mbo-student

Vraagstukken

Met het onderzoek willen de scholen diepgaander inzicht verkrijgen in de werkzame elementen van beide programma’s. Deze worden daarom onderling vergeleken op een aantal thema’s. Centraal staat een aantal vraagstukken die scholen naar voren hebben gedragen en gaan over het keuzeproces en selectieproces van de leerlingen, over het inhoudelijk programma en de aansluiting binnen de beroepskolom, en over de benodigde docentcompetenties.

Leerlingen kiezen na de basisschool al vroeg voor een specifieke route. Welke leerlingen zijn dat, wat zijn hun verwachtingen? Wat zijn de verwachtingen van hun ouders bij deze keuze? Maar ook, welke leerlingen komen wel of niet in aanmerking voor deze routes en welke selectiecriteria zijn het meest relevant en voorspellend?

Wanneer leerlingen na de keuze en selectie starten met TOT of HGL, welk inhoudelijk programma zullen ze dan ontmoeten? Wat is precies de inhoud en de vormgeving van het vakkenpakket? Welke kennis, vaardigheden en houding, welke competenties worden ontwikkeld en waarom juist deze? Welke elementen in dat programma motiveert de leerlingen en zet hen aan tot het leveren van hogere prestaties.

Daarbij stelt het werken in TOT en HGL ook eisen aan docenten. De routes hebben een eigen karakter en dat vraagt van docenten specifieke vaardigheden en kennis. De praktijken bieden tot nu toe wel aanwijzingen: zo moeten docenten over de grenzen van het eigen vak heen kunnen kijken. Ze moeten weet hebben van zowel het vmbo- als havoniveau, praktijkgericht les kunnen geven én kunnen werken zonder duidelijke richtlijnen van lesmethodes. De leerlingen zijn namelijk sterk praktijkgericht voor een al te schoolse aanpak, ze willen aan de slag.

Beoogde resultaten

Het onderzoek zal uiteindelijk leiden tot een beter zicht op criteria voor selectie, curriculum en docentcompetenties die nodig zijn voor een kortere en effectieve praktijkgerichte route naar het hbo. Dit helpt TOT en HGL om hun eigen praktijk te optimaliseren. Uiteindelijk worden de inzichten en bruikbare ingrediënten als resultaten landelijk verspreid. Andere doorlopende leerlijnen in de beroepskolom wordt daarbij een blik in de keuken gegund.

Het onderzoek wordt uitgevoerd in en door een consortium dat bestaat uit de volgende partners: het Da Vinci College, De Uilenhof en het Insulacollege (samen de TOT route), Terra (de HGL route), Hogeschool Rotterdam, Universiteit Wageningen, Tilburg University en het Kohnstamm Instituut uit Amsterdam.

Voor meer informatie kunt u mailen naar avandermeijden@kohnstamm.uva.nl

Noot

[1] Het Groene Lyceum bestaat op meerdere plaatsen in Nederland, dit onderzoek richt zich op HGL verzorgd door Terra.

 

 

 
 

 
Meer over
 
background_deltion.jpg
9 sep 2017

Profiel Exclusief: Sanne Benit (Deltion): Evaluatie curriculum-herontwerp essentieel

Profiel Exclusief: Sanne Benit (Deltion): Evaluatie curriculum-herontwerp essentieel