Vakkundig docentschap beroepsonderwijs - voor een duurzame samenleving

ProfielActueel-ROC-Mondriaan.jpg

Herontwerptraject opleidingen verruimt de professionele horizon op ROC Mondriaan

6 dec 2015 | Nieuws

Focus op Vakmanschap en de nieuwe kwalificatiedossiers vragen om een herontwerp van mbo-opleidingen. De 24 scholen van ROC Mondriaan in Den Haag krijgen hierbij ondersteuning door middel van een meerjarig, intern ontwikkeld scholingstraject met een gecentraliseerde aanpak. Twee onderzoekers van het roc hebben in schooljaar 2014-2015 het eerste jaar van dit traject gevolgd. Het onderzoek maakt de voordelen van een dergelijke aanpak duidelijk en brengt ook aandachtspunten aan het licht. Het herontwerp en de invoering van de nieuwe curricula brengen het nodige teweeg. Een reactie van een professional: '‘Het is gelukt om het team goed te betrekken. Stap voor stap, dat is de winst van de scholing. Er is enthousiasme over de keuzedelen: veel ontwikkelideeën. De innovatie gaat leven.’

Marja van Knippenberg en Tjitske Lovert-Reindersma

Het eerste jaar van de scholing bestaat uit een inspiratiefase en een productiefase. Na de kick-off in september 2014 volgen in het eerste halfjaar vier inspiratiedagen met externe en interne sprekers, workshops en verwerkingsopdrachten. De opbrengst van deze fase zijn plannen van aanpak voor het ontwikkelen van opleidingen. Daarnaast zijn er twaalf bijeenkomsten gereserveerd voor werkplekleren in subgroepen. Aan het eind van het eerste jaar moeten er globale nieuwe curricula klaarliggen. De onderwijskundig medewerkers van de centrale stafdienst van het roc die dit scholingstraject hebben ontwikkeld, vervullen zelf de rol van begeleider van de scholen. Het traject is door het lerarenregister geaccrediteerd en in het eerste jaar met 0,1 fte. per deelnemer vanuit centrale middelen gefaciliteerd. In totaal volgen 72 deelnemers vanuit 41 verschillende opleidingen de scholing op een locatie buiten het roc.

‘Koninklijke’ weg
Verschillende sprekers geven tijdens de inspiratiedagen informatie over actuele ontwikkelingen en handreikingen om in het eigen team mee aan de slag te gaan. Enkele voorbeelden van onderwerpen zijn: onderwijslogistiek, digitaal leren, taal en rekenen in de kwalificatiedossiers en succesvol doorstuderen. Los van de dagelijkse hectiek op school is er ruimte om via een ‘koninklijke’ weg na te denken over onderwijs: ‘Vanuit je professie onderwijs maken. Dat leeft weer dankzij de scholing curriculumbouw.’ (een onderwijsmanager)
Het dagelijks handelen van docenten is vaak pragmatisch en sterk gericht op de eigen opleiding. Een docent: ‘Dat verder kijken dan je eigen opleiding heb ik er wel van meegenomen: wat speelt er in het land, wat zijn de trends? Je gedachten opengooien en verder kijken. Dat was wel erg leuk maar soms dacht je ook: we moeten aan de slag.’

Werkplekleren
Tijdens werkplekleren werken deelnemers stapsgewijs aan opdrachten richting een uitgewerkt curriculum. Er is volop gelegenheid tot kennisdeling tussen opleidingen en scholen: het presenteren van producten, het delen van ervaringen en het geven van feedback aan elkaar. De meerwaarde blijkt vooral in subgroepen met deelnemers uit dezelfde opleidingen binnen verschillende scholen of uit opleidingen in eenzelfde sector.
‘Hoe dagen we onze studenten uit om vooruit te denken? Wanneer starten we met de keuzedelen? Wat moet en wat mag? Wat vindt het bedrijfsleven?’ Een kleine greep uit de vele vragen die tijdens de bijeenkomsten worden gesteld. Het opstellen van een curriculum voor een mbo-opleiding is ingewikkeld en tijdens het ontwikkeltraject is nog van alles in beweging. Landelijke en interne kaders zijn niet altijd helder en extern ontwikkeld lesmateriaal en toetsen vaak nog niet beschikbaar. Die complexiteit doet een groot beroep op de deskundigheid van de begeleider en vraagt veel afstemming tussen de begeleiders onderling. Deze bundeling van alle in het roc aanwezige kennis is een van de pluspunten van de gecentraliseerde aanpak.

Verschillen
Vanaf de start blijken de verschillen in kennis en ervaring tussen individuele deelnemers groot: van beginner tot ervaren curriculumbouwer. De onderwerpen op de inspiratiebijeenkomsten komen voor sommigen te vroeg: ‘Voor mij persoonlijk waren de bijeenkomsten inspirerend maar wel ver- van- mijn- bed-show.’ Een van de aanbevelingen uit het onderzoek is dan ook om vooraf een intake met individuele deelnemers te houden en bij de samenstelling of volgorde van het aanbod rekening te houden met individuele verschillen. Tijdens het werkplekleren hoeven de verschillen niet per se een probleem te zijn. Een docent: ‘Er waren ook heel wat mensen die het bouwen van een curriculum eerder hadden meegemaakt en die namen ons op sleeptouw.’
Ondanks de verschillen tussen deelnemers, maar uiteraard ook tussen opleidingen en scholen, is er dankzij de brede gezamenlijke aanpak een slag geslagen in het komen tot roc-brede lijnen. Zoals een deelnemer het verwoordt: ‘Je spreekt dezelfde taal, hebt het over dezelfde dingen.’

Rol van het management
Een van de grootste uitdagingen voor de deelnemers is het betrekken van het eigen team: ‘Veel lastiger dan ik dacht. Warm maken voor een andere aanpak viel niet mee. Soms ook calamiteiten waardoor het van de agenda moest.’ Op andere plekken gaat het beter: ‘Het is gelukt om het team goed te betrekken. Stap voor stap, dat is de winst van de scholing. Er is enthousiasme over de keuzedelen: veel ontwikkelideeën. De innovatie gaat leven.’
Alle onderwijsmanagers en directeuren zijn nadrukkelijk betrokken bij de inspiratiebijeenkomsten.   In het verdere verloop van het traject is van groot belang dat ze het onderwerp op de agenda houden, de facilitering bewaken en de curriculumbouwer ondersteunen in zijn rol naar het team. Onderwijsmanagers hebben dat op verschillende manieren opgepakt, blijkt uit reacties van deelnemers: ‘Ik miste zijn sturing, even een duwtje.’ Maar ook: ‘Ik heb onze managers als betrokken ervaren, veel ruimte om dit te mogen doen.’

Het onderzoek laat zien dat de meningen van zowel deelnemers als begeleiders op enkele onderdelen verdeeld zijn, maar de oordelen over de gehele scholing zijn overwegend positief.
Tijdens de plenaire slotbijeenkomst op 8 juni 2015 presenteren de deelnemers de ontwikkelde curricula aan het management: 70 deelnemers hebben het eerste jaar afgerond, 53 van hen ontvangen een bewijs voor het lerarenregister. Er heerst een hele positieve sfeer over wat er allemaal tot stand is gebracht en er wordt volop genetwerkt. Tegelijkertijd is er ook het besef dat er in het komend schooljaar nog veel werk te doen staat.

Auteurs
Marja van Knippenberg is beleidsadviseur en onderzoeker Bij ROC Mondriaan. Tjitske Lovert-Reindersma is beleidsmedewerker en onderzoeker bij ROC Mondriaan.

Meer informatie over het onderzoek of het scholingstraject: m.van.knippenberg@rocmondriaan.nl

 
 

 
Meer over
 

COOKIE INFORMATIE

Voor een volledige werking van deze website wordt gebruik gemaakt van cookies.
Meer informatie over cookies > Accepteren Alleen noodzakelijke cookies