Platform Profielactueel
Exclusief: Onderwijsraad - gericht investeren is d

Exclusief: Onderwijsraad - gericht investeren is de weg uit de coronacrisis

6 jul 2020 | Nieuws

Een bijdrage van dhr. Raymond Kubben, raadsadviseur Onderwijsraad - juni 2020

De coronacrisis is een grote schok voor het Nederlandse onderwijs. Onderwijsinstellingen en de mensen die er werken, hebben de situatie met veel veerkracht en creativiteit het hoofd geboden. Het onderwijsveld en de overheid staan echter nog altijd voor grote uitdagingen. De Onderwijsraad roept op om juist in coronatijd gericht te investeren in onderwijs. Dat is cruciaal om uit de crisis te komen. Hij roept de ministers ook op jongeren perspectief te blijven bieden op goed onderwijs, werk en meedoen in de samenleving. In zijn advies Vooruitzien voor jonge generaties komt de Onderwijsraad daarom met een beleids- en investeringsagenda voor de komende jaren. Hij geeft de ministers een benadering en vraagstukken mee om in de komende maanden en jaren beleid te voeren.

Aanleiding voor het advies is een verzoek van het ministerie van OCW om mee te denken over de gevolgen van de coronacrisis voor het onderwijs op de langere termijn.

Hieronder wordt het advies kort weergegeven met bijzondere aandacht voor het middelbaar beroepsonderwijs. Juist in het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs zijn de urgentie en omvang van problemen namelijk groot. Die sectoren worden directer geraakt door de economische consequenties van deze crisis. Omdat studenten ouder zijn en instellingen een (boven)regionaal verzorgingsgebied hebben zijn er meer en langer beperkings­maatregelen nodig dan in het funderend onderwijs.

Volgende fase vraagt strategische benadering van onderwijsbeleid

Het onderwijs staat waarschijnlijk voor een lange, dynamische periode met grote onvoorspelbaarheid en onzekerheden. Nu de crisis een andere fase ingaat, vraagt dat een meer strategische en samenhangende manier van beleidsvoering door de overheid.

De overheidsverantwoordelijkheid voor het goed functioneren van het onderwijssysteem als geheel vormt voor de Onderwijsraad het vertrekpunt. Onderwijsprofessionals hebben ruimte nodig om oplossingen te zoeken die passen bij hun school of opleiding en bij hun leerlingen of studenten. Tege­lijkertijd hoort de overheid publieke waarden te bewaken en onderwijsinstellingen te onder­steunen. De hoge mate van onzekerheid vraagt een open en lerende manier van beleid voeren. Daarbij is het essentieel dat de overheid weet wat er in het onderwijsveld gebeurt en welke aanpakken en interventies succesvol zijn. Daarom hoort zij onderzoek te (laten) doen en kennis te verspreiden. Het is belangrijk te blijven denken in scenario’s en te besef­fen dat de coronacrisis leidt tot nieuwe vormen van schaarste. Het is zaak steeds diverse belangen en invalshoeken voor ogen te houden. De raad benadrukt dat ook de invalshoek van het onderwijs daarbij tot zijn recht te hoort komen.

Beleids- en investeringsagenda

De Onderwijsraad formuleert een agenda voor beleid en investeringen in de komende tijd. Die agenda begint met drie uitgangspunten:

  • Investeren in onderwijs loont

Er zijn gerichte investeringen nodig om te zorgen dat we ook op de lange termijn goed onderwijs behouden. Onderwijs is cruciaal om Nederland uit deze crisis te leiden en jongere generaties perspectief te bieden.

  • Koesteren van elan en bevorderen van leren brengt onderwijs verder

De afgelopen tijd hebben onderwijsprofessionals laten zien hoeveel elan er in het onderwijs aanwezig is. Er zijn veel nieuwe ervaringen opgedaan, creatieve oplossingen gevonden en vaardigheden ontwikkeld. Daarop kan worden voortgebouwd om het onderwijs te verbeteren. Tegelijk heeft de crisis knelpunten en kwetsbaarheden nadruk­kelijker aan het licht gebracht. Ook daaruit zijn lessen te trekken.

  • De school en universiteit hebben een sociale functie

De school is ook een sociale ontmoetingsplek, een plaats om samen te leren en te leren samenleven, een gemeenschap gedragen door gezamenlijk beleefde momenten. Persoonlijk contact en interactie zijn essentieel voor het onderwijsproces en om aan brede onderwijsdoelen te werken. De raad roept de ministers op die functie goed voor ogen te houden bij afwegingen en besluitvorming. Online onderwijs is geen volwaardig alternatief.

Naast deze uitgangspunten noemt de Onderwijsraad vijf strategische vraagstukken die al vóór de coronacrisis in het onderwijs speelden, direct raken aan de (kern)functies van ons onderwijssysteem en door deze crisis waarschijnlijk worden vergroot.

  • Investeer in leraren en schoolleiders

Meerdere onderwijssectoren kampen met tekorten aan personeel. Door ziekte en overbelasting kunnen nog meer mensen uitvallen. Het is zaak dat te voorkomen en ervoor te zorgen dat het onderwijs aantrekkelijker wordt als sector om in te werken.

  • Investeer in gelijke kansen

Kansenongelijkheid in het onderwijs is een groot en aanhoudend probleem. Ondanks de inspan­­ningen die scholen en universiteiten verrichten, dreigt de coronacrisis de kansen­ongelijkheid te vergroten. Groepen leerlingen en studenten die toch al kwetsbaar waren, lijken nu extra hard geraakt te worden. De crisis lijkt al bestaande verschillen te vergroten.

  • Investeer in leesvaardigheid

Goede leesvaardigheid is nu nog meer van belang. Het is de sleutel tot begrip van kennisvakken, digitale vaardigheden en burgerschap. Ook maakt het mensen minder kwetsbaar op de arbeidsmarkt.

  • Investeer in arbeidsmarkttoeleiding en een leven lang ontwikkelen

De economische gevolgen van de coronacrisis beperken baankansen, met name voor kwetsbare jongeren. Afgestudeerden dreigen een slechte start op de arbeidsmarkt te maken, met negatieve gevolgen voor de rest van hun loopbaan. Dat leidt op individueel niveau tot onzekerheid, stress en demotivatie. Voor de samenleving betekent het een verlies van menselijk kapitaal, terwijl de toekomstige arbeidsmarkt juist behoefte heeft aan nieuwe kennis, inzichten en benaderingen. Dit vergt investeringen en nauwe samenwerking tussen onderwijsinstellingen en potentiële werkgevers.

De raad constateert dat er veel zorgen zijn over stagemogelijkheden en leer-werkplekken. Bijvoorbeeld in de horeca en het toerisme komen die wellicht voor langere tijd niet meer beschikbaar. Dit belemmert de voorbereiding van studenten op de beroepspraktijk en baankansen. En het brengt een risico met zich op meer voortijdig schoolverlaten.

De coronacrisis legt bovendien dieperliggende kwetsbaarheden van het beroepsonderwijs bloot. De laatste jaren zijn bijvoorbeeld steeds meer onderwijsactiviteiten van de onderwijsinstelling naar de werkplek verschoven. In goede tijden biedt dat kansen voor duurzame toetreding tot de arbeidsmarkt. Maar wanneer in minder goede tijden werkplekken en praktijk­mogelijkheden wegvallen, heeft dat meteen consequenties voor het onderwijs. Een andere kwetsbaarheid zit in de hoge mate van specialisatie binnen het opleidingsaanbod. Specialisatie biedt studenten een diepgaande voorbereiding op specifieke beroepen, maar maakt hen minder wendbaar en daarmee kwetsbaarder als de vraag naar mensen plotseling afneemt, zoals nu in een aantal branches gebeurt.

Ook van werkenden vraagt een economische crisis meer wendbaarheid. De laatste jaren hebben omscholing en bijscholing aan belang gewonnen om duurzaam inzetbaar te zijn op de arbeidsmarkt. De economische gevolgen van de coronacrisis maken het nog belangrijker dat volwas­senen en werkenden leren. De vraag naar bij-, op- of omscholing zal de komende tijd waarschijnlijk toenemen. Ook dat vraagt om investeringen. Het aanbod voor een leven lang ontwikkelen via reguliere onderwijsinstellingen is beperkt en houdt nog altijd onvoldoende rekening met de kennis en ervaring waarover werkenden en werkzoekenden al beschikken. De Onderwijsraad herhaalt in dit advies dat permanente scholing, vorming en ontwikkeling niet alleen een verantwoordelijkheid van individuen zijn, maar ook van werkgevers en de overheid. Voorzieningen voor een leven lang ontwikkelen moeten een permanent onderdeel zijn van ons onderwijsstelsel.

  • Waarborg de functies van toetsing en examinering op overgangen

Toetsen en examens vormen wezenlijke ijkpunten voor doorstroom in ons onderwijsstelsel. Het zijn aanknopingspunten voor adviezen over volgende stappen in de onderwijsloopbaan en een basis voor het verlenen van certifica­ten en diploma’s. Daarmee bepalen ze de toegang tot vervolgopleidingen of specifieke beroepen. Voor het vervolgonderwijs zijn het signalen dat een student bepaalde kennis en vaardigheden op een be­paald niveau beheerst. Objectieve toetsing en examinering zijn bovendien belangrijk voor gelijke kansen. Deze functies van toetsing en examinering op overgangen komen door de coronacrisis op scherp te staan. Voor een goede doorstroom is het zaak dat te ondervangen en te zorgen voor een robuustere inrichting van toetsing en examinering.

Als we specifiek naar het middelbaar beroepsonderwijs kijken, zien we dat aan de voorkant in september nieuwe studenten instromen die in het voortgezet onderwijs geen centrale examens afgelegd hebben. Aan de andere kant kunnen mbo-studenten voorwaardelijk toegelaten worden tot een hbo-opleiding. Daarvoor stelt de school een afrondingsadvies op. Binnen mbo-opleidingen kunnen niet alle examens doorgaan. Denk aan examinering van praktijkonderdelen of stagebeoordelingen. Er is voor dit kalenderjaar een Handreiking Verantwoord Diplomabesluit met handvatten over hoe daarmee om te gaan. Ook over de periode erna zal nagedacht moeten worden. Hierbij is het volgens de Onderwijsraad wenselijk de huidige regeling goed te evalueren.

Met dank aan de Onderwijsraad

 
 

 
Meer over
 
BVMBO-voorzitter: Ons vak en het onderwijs zullen
12 aug 2020

BVMBO-voorzitter: Ons vak en het onderwijs zullen nooit meer hetzelfde zijn

BVMBO-voorzitter: Ons vak en het onderwijs zullen nooit meer hetzelfde zijn

COOKIE INFORMATIE

Voor een volledige werking van deze website wordt gebruik gemaakt van cookies.
Meer informatie over cookies > Accepteren Alleen noodzakelijke cookies