Vakkundig docentschap beroepsonderwijs - voor een duurzame samenleving

Suskewiet!

7 okt 2013 | Column |

Mijn bompapa zaliger had in de 40er jaren een jonge vink die hij liet meedoen aan vogelzangwedstrijden. 'Suskewiet, suskewiet!' klonk de vogel. De deelnemer die zijn vogel het mooist 'Suskewiet' kon laten zingen was held, mocht met de gehele jury op de foto en ging naar huis met een zilveren beker. In zijn zelfgetimmerde tuinkot oefende mijn bompapa tot diep in de nacht vinkentoonladders met zijn vogel. En 's ochtends weer vroeg uit de veren, zijn douanierspet op en wacht houden bij de Hollandse grens. De passie in de avonduren, een degelijke stiel overdag.

 

In de kamer van mijn bomma, zijn dochter, staat, verscholen in de zware vitrinekast -het enige meubelstuk nog over van haar levensinboedel-, een foto van bompapa. Parmantig staand tussen drie serieus kijkende heren in zware wintermantels. In de linkerhand een kooi met zijn eigen suskewiet, in de rechter dé zilveren beker. ‘Ziet em staan, zo fier als ne gieter!’ hoor ik mijn bomma nog zeggen. Mijn bomma. Anderhalf jaar geleden heb ik hoogzwanger aan haar sterfbed gezeten. Even, aarzelend, haar witte haren gestreeld. Meen toen een fractie van een moment herkenning in haar blik te hebben gezien. Voor het laatst. Die avond kwam de priester haar het laatste sacrament toedienen. Daarna is ze helemaal opgeleefd. Schuifelt nu nog steeds kranig door het leven.

 

Verder dan de suskewiet zingende vink reikt het muzikale ondernemerschap van mijn verre achterland niet. Mijn ouders deden wel aan muziek. In de vrije tijd. Pas vanaf mijn generatie zijn er beroepskunstbeoefenaars in de familie. Sterker nog: al mijn nichten en neven van vader's kant hebben van muziek of dans hun beroep gemaakt. Toch iets genetisch dus. Dan móeten er voorouders geweest zijn die ook die passie hebben gevoeld. Desondans zijn ze stuk voor stuk in praktische beroepen beland: douaniers, bakkers, treinconducteurs, naaisters, onderwijzers, verpleegsters. En één non.

 

De overheid wil jongeren van nu aanmoedigen zich bij hun studiekeuze niet te laten leiden door gevoel, maar door de arbeidsmarkt. Hmhm. Verstandige keuze. Of niet? Ik koos in 1998 voor het theatervak, blind op gevoel. En veel generatiegenoten met mij. De scheidingslein tussen mijn werk- en privéleven is allermeest vaag. Mijn passie werd mijn werk en mijn werk doe ik met passie. Allerminst de makkelijkste weg. Als ik niet keer op keer een nieuw creatief project opzet heb ik geen werk, heb geen ziektewet, geen financieel vangnet, bouw geen pensioen op. Sterker nog: veel van mijn projecten kósten geld. Zo zwart op wit zou men er bang van worden. En toch, ik zou niet anders willen. ‘Zo fier als ne gieter’ ben ik, om mijn keuze!

 

Of het nou om een creatief beroep gaat of niet, in tijden van crisis moet een mens creatief zijn en ondernemen. Mee eens. Maar om nou economie boven gevoel te plaatsen bij zo’n levenskeuze? Gezond voor de economie. Hmhm. Maar voor de samenleving? Zullen jongeren van nu terug gaan naar het 'kiezen met verstand' van onze groot- en overgrootouders? Kiezen voor geld? Zoon, als je mijn advies wil: Vogeltje, zingt zoals ge gebekt zijt. Lijkt mij een gezonde start. Suskewiet!


Evi De Jean

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
Meer over
 

COOKIE INFORMATIE

Voor een volledige werking van deze website wordt gebruik gemaakt van cookies.
Meer informatie over cookies > Accepteren Alleen noodzakelijke cookies